Dit artikel verscheen eerder op 26 november 2025 op de website van tijdschrift Jacobin Nederland.
Wat aanvankelijk een intern en grotendeels persoonlijk conflict leek binnen de FNV is geëscaleerd tot een inhoudelijke richtingenstrijd. Daarbij dreigt de democratische invloed van leden fors te worden ingeperkt. René Danen, oud-voorzitter van het FNV-ledenparlement, roept op om de trend van democratische afbraak te keren.
De problemen binnen de FNV afgelopen jaar konden lang gezien worden als een intern conflict tussen botsende karakters en verenigingsorganen. Inmiddels is de strijd binnen de grootste vakbond van ons land uitgegroeid tot een politieke strijd over de koers van de vakbeweging in Nederland. Op 17 december beslist de rechtbank in Amsterdam over het plan dat toezichthouder Lodewijk Asscher presenteerde om de ledendemocratie bij de bond fors in te perken. Zeshonderd leden en medewerkers van de bond komen nu in opstand met een gezamenlijke petitie. Ze zijn bang dat leden in de toekomst niet meer hun eigen vakbondsleiders kunnen kiezen.
De Burcht, het Wetenschappelijk bureau voor de vakbeweging, spreekt in een brief aan Asscher ook over ‘vermindering van invloed van leden binnen de vereniging’ en wijst op de tegenstrijdigheid dat de FNV, zoals alle vakbonden, naar buiten toe juist wel ijvert voor een democratisering van de economie. En dat laatste is hard nodig , want precies met de democratisering van de economie en de samenleving als geheel is het steeds slechter gesteld in Nederland. In die zin past de afbraak van de democratie binnen de bond in een trend van het verkleinen van de democratische invloed van burgers. De jaren negentig vormde hierin een kantelpunt: na een eeuw van steeds verdere democratisering werd toen de afbraak van de democratie ingezet.
Opbouw en afbraak ledendemocratie
De oprichting van FNV-voorloper NVV in 1906 was onderdeel van een democratiseringsgolf in die tijd. Ook woningbouwverenigingen en omroepverenigingen zagen toen het licht en het vrouwenkiesrecht werd iets later ingevoerd. In de jaren zestig volgde een nieuwe democratiseringsgolf met onder meer de invoering van universiteitsraden waar studenten in zaten en de oprichting van een vakbond voor dienstplichtige militairen. In de jaren tachtig volgde nog het lokaal kiesrecht voor migranten.

Maar sinds de jaren negentig lijkt het bergafwaarts te gaan. Bij woningbouwverenigingen, universiteitsraden en omroepverenigingen werd sindsdien de interne democratie uitgekleed. Een golf van privatiseringen zorgde er bovendien voor dat burgers hun zeggenschap verloren over publieke voorzieningen zoals energiemaatschappijen. Dit neoliberale beleid werd vaak met steun van centrumlinkse partijen doorgevoerd. De vakbonden zelf gingen destijds ook mee in de privatiseringstrend. De eigen spaarbank, goedkope vakantieparken en verzekeringen van de bond werden verzelfstandigd of verkocht. De vakbondsleden verloren daarmee ook zeggenschap over die zaken. Binnen de FNV en andere bonden kwamen bovendien steeds meer stemmen op om de vakbond om te vormen tot een soort rechtsbijstandverzekering: een ANWB voor werknemers.
Van Museumplein tot ledenparlement
Enkele jaren later kwam de FNV terug op deze koers. De verrechtsing van de Haagse politiek vanaf 2001 en de afbraak van de sociale zekerheid maakte de noodzaak van een krachtige vakbond duidelijk. In 2004 slaagden de vakbonden erin om samen met andere sociale bewegingen 300.000 mensen naar het Museumplein te brengen voor een protest tegen de neoliberale kabinetsplannen van het kabinet Balkenende II.
Maar sinds de jaren negentig lijkt het bergafwaarts te gaan. Bij woningbouwverenigingen, universiteitsraden en omroepverenigingen werd sindsdien de interne democratie uitgekleed.
De FNV koos bij de interne fusie in 2012 bewust voor de versterking van de democratie met een via het internet gekozen ledenparlement met 100 leden uit alle sectoren van de bond. Met trots werd er na de oprichting van het parlement een filmpje gemaakt in het Engels om andere vakbonden in de wereld te enthousiasmeren voor deze vorm van versterking van de ledendemocratie. Nu gebruikt Asscher het feit dat in het buitenland bonden geen ledenparlement hebben als argument voor de afschaffing ervan.
Kleine groep bobo’s
Het plan, aangevoerd door PvdA-prominent Asscher lijkt terug te leiden naar de tijd dat de sociaaldemocratie meewerkte aan privatisering en beperking van democratische inspraak. Het plan gaat zelfs nog verder dan afschaffen van het rechtstreeks gekozen ledenparlement. De leden van de vakbondsvereniging wordt de mogelijkheid ontnomen om hun eigen bestuursleden uit te kiezen. Dit wordt de taak van de Raad van Toezicht, waar Asscher op dit moment zelf in zit.
Daarmee is het voorstel nog ondemocratischer dan de situatie in de jaren negentig toen een kleine groep bobo’s de dienst uitmaakte in de federatieraad van de bond. Destijds was het nog wel mogelijk tegenkandidaten mee te laten doen aan verkiezingen. Dat kan nu zelfs ook niet meer, waardoor vernieuwing en verjonging in het geding komen. Er valt niets meer te kiezen voor de leden. Reden voor het huidige ledenparlement van de FNV om met een meerderheid van 78 procent erop aan te dringen bij de toezichthouders dat een gekozen bestuur moet blijven bestaan. Asscher kiest echter voor ‘professionalisering’ en een op het bedrijfsleven geïnspireerd model waarin een gewichtige rol voor de Raad van Toezicht is weggelegd.
Reden voor het huidige ledenparlement van de FNV om met een meerderheid van 78 procent erop aan te dringen bij de toezichthouders dat een gekozen bestuur moet blijven bestaan.
Bij andere verenigingen zien we dat verzakelijking gepaard kan gaan met uitwassen die niet in het belang zijn van de leden. Berucht is natuurlijk het voorbeeld van woningbouwvereniging Rochdale die in 2003 omgevormd werd tot een corporatie. De bestuursvoorzitter daarvan reed rond in een peperdure Maserati-sportauto, betaald met het geld van huurders. Meer recent zien we ook dat omroepvereniging BNNVARA wegdrijft van zijn oorspronkelijke doelstelling: uit onderzoek blijkt dat rond de laatste verkiezingen veel meer (extreem)rechtse politici podium kregen bij de omroep, dan progressieve politici die dichter bij de VARA-idealen staan.
Gekozen stakingsleiders
Het risico dat de vereniging zijn doel uit het oog verliest dreigt bij de FNV nu ook. Een vakbond is een bijzondere vereniging. Het is geen ANWB. Van de leden wordt niet alleen verwacht dat ze contributie betalen en diensten afnemen. Ze moeten ook zelf in actie komen, demonstreren of staken. Bij de FNV ontstaat nu de merkwaardige situatie dat van de leden in de toekomst verwacht wordt dat ze gaan staken zonder dat ze het recht hebben om de bestuursleden die deze acties leiden te mogen kiezen.
Fameuze voormannen in het verleden werden door de aanwezige achterban nog wel eens aangespoord om de strategie wat aan te scherpen: ‘Willen we naar de Dam? Dan gaan we naar de Dam!’ De leden moeten nu ook de koers van de bond kunnen bijsturen door te kiezen voor vernieuwende kandidaten. Bijvoorbeeld kandidaten die meer oog hebben voor de gevolgen voor de achterban van de klimaatcrisis of de AI-revolutie.
Het Gerechtshof Amsterdam moet daarom vakbondsleden niet buitenspel zetten. Bestuursverkiezingen door kandidaatstelling van onderop en vrije verkiezingen tussen uiteenlopende kandidaten is een minimale ondergrens. Als de Ondernemingskamer verstandig is, maakt ze van de FNV geen bobo-bond. Daarmee kan de historische trend van steeds verdere democratische afbraak gekeerd worden. Met de leden aan het roer kan de FNV voorop lopen om ook bedrijven en samenleving (weer) te democratiseren.
René Danen was in 2012 de eerste gekozen voorzitter van het FNV-ledenparlement.