Mohamed Rabbae

Mohamed Rabbae: veertig jaar op de barricades.

Uit het boek “Mohamed Rabbae, Strijd voor rechtvaardigheid” (uitgeverij LetterRijn, 2016).

Interview met Abdou Menebhi (voorzitter Emcemo)

Meer dan 40 jaar lang stonden ze samen op de barricades. Toch verliep de eerste ontmoeting van Abdou Menebhi met Mohamed Rabbae moeizaam. ‘Ik dacht dat hij een geheim agent was,’ vertelt voorzitter Abdou Menebhi van de Marokkaans-Nederlandse organisatie Emcemo.

‘Ik weet het nog goed. Het was in 1974. In Utrecht werd een afdeling opgericht van de Amicales, een organisatie die de belangen diende van het regime in Marokko. In Frankrijk, waar ik toen woonde, kenden we dit fenomeen al langer. Ik was naar Utrecht gekomen om daar te protesteren tegen de nieuwe Nederlandse tak van Amicales. Mohamed Rabbae, toen nog economiestudent aan de Universiteit van Amsterdam, was ook bij de actie. Samen met een andere man kwam hij naar me toe. Hij droeg toen al de kenmerkende lange regenjas die hij vaak aanheeft. Het leek wel een geheim agent. Ik vertrouwde het niet en hield het contact af. Al snel bleek toen dat ik er helemaal naast zat. Rabbae heeft juist tientallen jaren consequent gestreden tegen de invloed van de Marokkaanse overheid in Nederland.’

Fascisten
‘Een jaar later, in 1975, kwam ik Mohamed weer tegen bij een actie. Een groep van 182 Marokkanen die illegaal geworden waren in Nederland, voerde actie in de Amsterdamse Mozes en Aäronkerk. Rabbae was lid van het steuncomité en hielp als vertaler. De Marokkanen in de kerk dreigden illegaal gemaakt te worden door de overheid omdat ze niet de juiste papieren hadden. Ze waren gevlucht zonder paspoort of konden niet bewijzen dat ze hier lang gewerkt hadden omdat ze dat vaak via koppelbazen of andere constructies deden. De groep verbleef drie maanden in de kerk. Dat ging niet zonder slag of stoot. Fascisten van de Nederlandse Volksunie (NVU) voerden een aanval uit op de kerk. Maar ook een groep Nederlandse Marokkanen die verbonden was met de Amicales, kwam met ijzeren staven naar de kerk. Ze vonden dat de groep illegalen een schande was voor het Marokkaanse volk. Dat het Komitee Marokkaanse Arbeiders in Nederland (KMAN) dat achter de kerkactie zat, bovendien kritisch was over de Marokkaanse koning viel ook niet goed bij de gewelddadige aanvallers.

‘Bij een andere gelegenheid ben ik zelf ook met een ijzeren staaf geslagen door een Amicales-aanhanger,’ vertelt Menebhi. ‘Van de politie moest je in die tijd niet al te veel verwachten. Ik heb aangifte gedaan, maar dat leidde tot niets. Integendeel, als woordvoerder van de groep illegalen had de politie het juist op mij voorzien en vielen ze me ook persoonlijk lastig in mijn woning.’

De groep van 182 illegalen stond symbool voor tienduizenden andere Marokkanen en Turken die hiernaartoe waren gekomen en nu tussen de wal en schip dreigden te vallen. In afwachting van een politieke oplossing kreeg de groep van 182 een voorlopige verblijfvergunning voor drie jaar. Toen er daarna nog geen oplossing was, zijn ze opnieuw in hongerstaking gegaan in de kerk. Uiteindelijk hebben ze een verblijfsvergunning gekregen. Maar daarmee waren de problemen nog niet opgelost. In 1980 wilde de regering met een wet voor buitenlanders gezinshervorming en de mogelijkheid om hier te werken verder beperken. ‘We hebben toen met 20.000 mensen gedemonstreerd in Utrecht,’ vertelt Menebhi.

Abdou Menebhi (foto Anja Meulenbelt)

‘Ook toen koningsgezinde Marokkanen het televisieprogramma Paspoort wilden stoppen, organiseerden we een grote actie. De tegenstanders van het programma in de eigen taal van en voor buitenlanders vonden dat de uitzendingen te kritisch waren over wat er in Marokko gebeurde. Mohamed Rabbae was ook betrokken bij de demonstratie in Hilversum die juist vóór Paspoort was. We hebben daarmee de journalistieke onafhankelijkheid van het programma kunnen garanderen.’



Ruzie
‘Maar we trokken toch niet altijd samen op,’ constateert Menebhi. ‘Toen Rabbae in 1983 directeur werd van het Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB), kwam er wel een inhoudelijke verwijdering tussen ons. Er ontstond ruzie tussen enerzijds de welzijnsorganisaties die nauw verbonden waren met de overheid en aan de andere kant de zelforganisaties zoals KMAN. Maar op praktische punten wisten we toch samen te werken met Rabbae. Bij antiracismedemonstraties bijvoorbeeld zorgde het vermogende NCB voor gratis bussen.’

In de jaren negentig ontstonden er ook problemen toen het KMAN, waarvan Menebhi toen voorzitter was, toenadering zocht tot de verenigingen van Marokkaanse moskeeën in Nederland (UMMON): ‘Rabbae vond dat we daarmee de erfgenamen van de inmiddels ter ziele gegane Amicales legitimeerden. Terwijl wij door dialoog en toenadering met de UMMON juist wilden voorkomen dat de moskeeorganisatie in die hoek terechtkwam.’

Menebhi: ‘Hoewel Mohamed in die tijd heel pragmatisch was in zijn opstelling naar de Nederlandse politiek, bleef hij als het over Marokko ging, vasthouden aan het beeld dat hij van de dictatuur daar had. In 1994 kwam er een pardon voor politieke gevangenen en kregen linkse organisaties meer ruimte in het land. Ik zag wél veranderingen, dat moet je dan omarmen. Na 23 jaar ballingschap ben ik toen samen met andere activisten teruggegaan naar Marokko. Rabbae zou pas in 2001 teruggaan, na de dood van Koning Hassan II in 1999.’

Nadat Rabbae overstapte van het NCB naar GroenLinks verbeterde de relatie weer: ‘Als Kamerlid was Mohamed altijd aanwezig bij antiracismeacties en andere activiteiten. We kregen altijd veel steun van hem. Hij was in de Kamer de beschermheer van oppositiegroepen. Hij zorgde ervoor dat de stem van de beweging in de Kamer doorklonk. Na zijn vertrek uit de Tweede Kamer, in 2002, heeft hij dat doorgezet. Mohamed was teleurgesteld dat hij in 2002 niet opnieuw hoog op de kandidatenlijst van de partij stond. Zijn vertrouwen in de politiek was aangetast. Maar zijn steun voor maatschappelijke organisaties was onverminderd.

Alle Marokkaanse clubs waren present, dat kon alleen door het respect voor Mohamed

In 2005, in de periode dat Rita Verdonk minister was voor Vreemdelingenzaken en Integratie, hebben we samengewerkt bij de oprichting van het initiatief Genoeg is Genoeg. De internationale mensenrechtenverdragen werden met voeten getreden en er heerste een heel negatieve stemming over migranten in het land. We organiseerden met een brede coalitie een demonstratie daartegen op de Dam in Amsterdam.’

Te lief
‘Maar soms konden de coalities waar Mohamed aan meewerkte, naar mijn idee, ook te breed zijn,’ zegt Menebhi. ‘Dat was bijvoorbeeld zo bij het Joods-Marokkaans Netwerk Amsterdam (JMNA) waarin ook vertegenwoordigers vanuit het CIDI zaten. Het standpunt van het CIDI over de Palestijnse zaak staat diametraal tegenover dat van Rabbae. Toch werkte hij met ze samen als het ging om tolerantie binnen de Nederlandse samenleving. Ik zei dan tegen hem; je bent te lief voor die organisatie. Hij had goede bedoelingen, maar dat was niet wederzijds. Rechtse joodse organisaties eisten later bij een ander samenwerkingsverband dat Rabbae eruit moest stappen vanwege zijn standpunt over Palestina. De wil tot samenwerken was niet wederzijds.’

Carrièrepolitici
Mohamed Rabbae is volgens Menebhi uniek in de politiek ten opzichte van andere allochtone Kamerleden: ‘Mohamed is het enige Kamerlid met een migrantenachtergrond die een politieke bagage meebracht. Hij weet waar hij het over heeft. Hij heeft bewust gekozen voor de politiek. Hij is tot nu toe ook de enige gekleurde lijsttrekker geweest van een gevestigde politieke partij. Samen met Ina Brouwer was hij lijsttrekker van GroenLinks in 1994. Rabbae kwam uit een politieke traditie. Hij was politiek vluchteling geweest en in Nederland ook jarenlang actief in politieke bewegingen voor migrantenrechten. Andere Marokkaans-Nederlandse politici in de Kamer waren geworven om stemmen te trekken, maar hadden zelf geen politieke ervaring. Ze zijn de politiek in geparachuteerd. Vaak ook zonder binding met de politieke stroming waarvoor ze de Kamer ingingen.’

‘Rabbae rekende bij acties op de solidariteit van deze Marokkaans-Nederlandse Kamerleden maar dat bleek niet altijd zo te werken. Ze kozen voor hun carrière in plaats van voor idealen zoals antiracisme of migrantenrechten,’ zegt Menebhi. Dat werd bijvoorbeeld duidelijk in 2008 bij de demonstratie van Nederland Bekent Kleur tegen het racisme van Wilders. Rabbae was nauw betrokken bij de organisaties van de actie op de Dam. Maar politici, waaronder ook enkele linkse Marokkaanse Kamerleden, keerden zich publiekelijk tegen de antiracismeactie omdat ze het niet gepast vonden dat collega Wilders buiten de Kamer repliek kreeg.

Wilders
Rabbae was in 2010 nauw betrokken bij de eerste rechtszaak tegen PVV-leider Wilders. Menebhi en Rabbae trokken samen op om hiervoor de Marokkaans-Nederlandse achterban te mobiliseren, na het uitkomen van de islamofobe film Fitna. ‘Met het Landelijke Beraad Marokkanen organiseerden we grote bijeenkomsten in het land. Dat was uniek. Voor het eerst waren alle Marokkaanse clubs present en deden ook de moskeeën mee. Bij elkaar zo´n 90 organisaties die achter het Landelijk Beraad stonden. Die bundeling kon alleen door het respect dat er in de Marokkaanse gemeenschap is voor Mohamed. Alleen hij had de status om dit te doen.’

Mohamed Rabbae
Mohamed Rabbae (foto Jos van Zetten)

Menebhi: ‘Rabbae hield ook een betoog in de rechtszaal. Helaas leidde de eerste zaak tot een vrijspraak van Wilders, mede omdat het Openbaar Ministerie (OM) hier toen voor pleitte. Maar toen Wilders voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2014 met zijn oproep kwam voor minder Marokkanen deed Mohamed onmiddellijk een publieke oproep aan iedereen om aangifte te doen tegen de PVV-leider. Uiteindelijk deden 6.000 mensen dit. Een paar dagen na die uitspraak van Wilders demonstreerden duizenden mensen bij de Dokwerker in Amsterdam met de leuze Wij zijn allemaal Marokkanen. Rabbae was er de belangrijkste spreker. Deze keer wilde het OM wel vervolgen en kwam er een tweede strafzaak. Mohamed werkte met prof. Goran Sluiter van het advocatenkantoor Prakken aan de voorbereidingen hiervoor, maar moest door zijn plotselinge ziekte helaas afhaken. Maar tot de allerlaatste avond daarvoor heeft hij zich ingezet voor de beweging. Mohamed zei nooit nee, als hij gevraagd werd om op een bijeenkomst te spreken.’

Asscher in de aanval
‘Rabbae was de laatste jaren veel kritischer op het regeringsbeleid dan in zijn periode bij het NCB. Dat had natuurlijk ook te maken met dat beleid van de laatste jaren, vooral sinds 2010. Mohamed ging zelfs zover om te zeggen dat het beleid van deze regering racistisch is. Dat zouden wij vanuit Emcemo niet zo snel roepen. Maar hij had natuurlijk wel een punt dat veel van de maatregelen op sociaal gebied specifiek voor migranten slechter uitpakten dan voor andere Nederlanders.

Wij trokken bijvoorbeeld samen op in het verzet tegen het wetsvoorstel om de uitkeringen ten behoeve van nabestaanden en kinderen van Marokkaanse migranten – woonachtig in Marokko – stop te zetten. Dit voorstel was oorspronkelijk PVV-beleid. Het kwam uit het kabinet Rutte I dat door Wilders gesteund werd in 2010. Toen werd het nog principieel verworpen door de PvdA-fractie. Maar de PvdA heeft dit VVD/PVV beleid vervolgens overgenomen in Rutte II. Dezelfde PvdA die van veel Marokkaanse Nederlanders een stem had gekregen bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen daaraan voorafgaand. Rabbae en ik stuurden daarom in 2013 een brief aan de PvdA waarin we aangaven dat wij bij de nieuwe gemeenteraadsverkiezingen onze achterban zouden oproepen om op bijvoorbeeld GroenLinks of D66 te stemmen als de PvdA de regeringsplannen bleef steunen.

We stuurden de brief aan PvdA-voorzitter Spekman. Merkwaardig genoeg was het niet Spekman, maar minister Asscher die reageerde. Die kende ik nog uit zijn periode als wethouder in Amsterdam waar we bij veel projecten samenwerkten. Maar hij speelde nu in zijn reactie op de man. Asscher vroeg zich af wie wij waren om te kunnen spreken namens een deel van de Marokkaanse gemeenschap. Hij had het over zelfbenoemd leiderschap. In plaats daarvan schoof hij in zijn reactie hardliners Marcouch en Aboutaleb naar voren als het modelvoorbeeld van Marokkaanse Nederlanders.

Asscher vond dat het niet aan ons was om een stemadvies te geven in de Marokkaanse gemeenschap. Merkwaardig is dat we dit verwijt niet hebben gekregen toen we in 2010 – om strategische redenen – deze kiezers via zelforganisaties en moskeeën adviseerden ten eerste om te gaan stemmen en ten tweede om voor de PvdA te kiezen. Dit om de PVV in Den Haag en Leefbaar in Rotterdam van de macht af te houden. Maar nu blijkt dat de PvdA landelijk een wetsvoorstel van Rutte I – lees Wilders – heeft doorgedrukt, hebben we ons zwaar vergist in de PvdA.’

Zachte krachten
Mohamed is een rustige man. Hij is nooit kwaad. Een gelovige man ook. Hij rookt niet en hij drinkt niet en doet mee aan de Ramadan. Hij is daarmee zelf het toonbeeld van de tolerante moslim. Als er weerstand van politieke tegenstanders kwam dan zei hij vaak de honden blaffen, maar de karavaan trekt voort. Maar dat betekent niet dat hij niet fel kan zijn in toespraken bijvoorbeeld. Hij durft dingen te zeggen waar anderen nog niet aan toe zijn zoals Wilders´ partij fascistisch noemen. Maar in de politiek zoekt hij toch altijd naar de oplossing, het compromis. Door dingen vast te leggen op papier wil hij verandering bereiken. Hij heeft rotsvast vertrouwen in de wet en het recht. Hij citeerde vaak Henriëtte Roland Holst: “De zachte krachten zullen zeker winnen in ’t eind”.

Tekst interview: René Danen


Dit is een hoofdstuk uit het boek “Mohamed Rabbae, Strijd voor rechtvaardigheid” (Uitgeverij Letterrijn), met bijdragen van Miriyam Aouragh, Ina Brouwer, René Danen, Corina Duijndam, Bas de Gaay Fortman, Thom de Graaf, Abdou Menebhi, Anja Meulenbelt, Rinus Penninx en Ties Prakken.

Boek Mohamed Rabbae, strijd voor rechtvaardigheid

Meer informatie over het boek via info@nederlandbekentkleur.nl