Ledenparlement FNV

“Het proces van democratisering van de vakbond moet doorgaan.”


(Interview, ingekort overgenomen van de website Grenzeloos 2015).

René Danen was twee jaar voorzitter van het FNV ledenparlement. In de jaren negentig was hij actief in de studentenbeweging, onder andere als voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Hij werkte bij de milieubeweging (Greenpeace en Milieudefensie), zat zowel in Nijmegen als in Amsterdam in de gemeenteraad en werkte bij het instituut voor Publiek en Politiek. Hij is voorzitter van de antiracisme organisatie Nederland Bekent Kleur en was betrokken bij initiatieven als Keer het Tij en het Nederlands Sociaal Forum. Grenzeloos sprak met hem over de vakbeweging en wat die kan leren van andere sociale bewegingen.

 

FNV 1 mei
FNV 1 mei viering in Amsterdam 2016

Jongeren
‘Toen ik afgestudeerd was en ging werken was het voor mij als voormalige activist van de studentenvakbeweging vanzelfsprekend om vakbondslid te worden. Maar ik geloof dat ik toen maar één keer op een vergadering ben geweest. De vakbeweging was absoluut niet op jongeren ingesteld. De jongerenbond van de FNV was opgeheven en werd niets speciaal voor jongeren gedaan.

Vanuit andere bewegingen had ik wel contact met de vakbeweging en soms was er een goede samenwerking. De FNV was bijvoorbeeld één van de organisatoren van de eerste demonstratie van Nederland Bekent Kleur (in 1992), maar dat was toen ook zo’n beetje de laatste keer dat de FNV zich met dergelijke zaken bezig hield, want daarna kwam er een periode waarin de FNV zich vrijwel alleen richtte op zaken rond werk en inkomen. Het hele idee van een brede vakbeweging werd los gelaten.’

Brede vakbeweging
‘Gelukkig is men daar de afgelopen tijd op terug gekomen. Een goed voorbeeld daarvan vind ik de rol van de FNV bij het energie akkoord. De FNV heeft toen gezegd dat deelname van milieuorganisaties voor haar een voorwaarde was om tot een akkoord te komen. Je kan je als vakbeweging niet alleen beperken tot ‘arbeidsgerelateerde’ zaken. Je leden leven niet onder een stolp. Die willen ook goede collectieve voorzieningen, goed onderwijs voor hun kinderen goede zorg voor hun ouders, die maken zich ook zorgen over de klimaatveranderingen en milieuproblemen en over racisme en oorlog.

‘Je moet als vakbeweging juist die zaken ook oppakken en de relatie ervan met ‘arbeidsgerelateerde’ zaken laten zien. Dat hebben we bijvoorbeeld in 2011 gedaan met de actie Red het OV. In die actie tegen de aanbesteding van het openbaar vervoer hebben de mensen van de Abvakabo van het GVB in Amsterdam samengewerkt met Milieudefensie en het Steuncomité Sociale Strijd tegen de afbraak van het OV. Daarbij stond niet alleen het belang van de werknemers van het GVB centraal maar vooral het belang van een goed openbaar vervoer voor de burgers en voor het milieu. Onder andere een actie met een doorgezaagde GVB bus heeft toen veel aandacht getrokken. Uiteindelijk is die strijd gewonnen, de aanbesteding is niet door gegaan.’

Campagnestrategieën
‘Een beetje gechargeerd zou je kunnen zeggen dat de vakbeweging twee actiemiddelen hanteert: staken en demonstreren. Maar er zijn zo veel andere actievormen die een plaats kunnen krijgen in je actiestrategie. Je hoeft niet altijd met zo veel mogelijk mensen met oranje hesjes en fluitjes de straat op te gaan. Er zijn ook allerlei andere manieren om  aandacht te vragen voor bepaalde problemen: blokkades, bedrijfsbezettingen, allerlei min of meer ludieke acties. Gelukkig zien we dat nu ook meer gebeuren. Bij de acties in de zorg worden bijvoorbeeld heel verschillende actievormen gebruikt, van bezettingen tot een actietent voor een zorginstelling en allerlei korte prikacties. Op die manier maak je ook veel beter gebruik van de creativiteit van de mensen zelf. Laat mensen zelf actievormen bedenken, zelf spandoeken maken en leuzen verzinnen in plaats van dat voor ze te doen.

‘De vakbeweging organiseert mensen traditionele op basis van hun werk in de bedrijven. Maar mensen werken niet meer hun hele leven, of een groot deel van hun leven, bij het zelfde bedrijf en ook vaak niet in het zelfde beroep of dezelfde sector. Je moet je leden gaan zoeken en organiseren daar waar je ze maar kan bereiken, desnoods op straat. En het kan heel goed zo zijn dat mensen op hele andere punten actief willen worden dan op zaken die direct met hun werksituatie te maken hebben. Dat ze actief willen worden op het punt van huren, of van het TTIP verdrag, van de WW, of wat dan ook.

‘De bond moet veel meer campagnegericht gaan werken, met campagnes waar iedereen die mee wil doen zich bij aan kan sluiten, ongeacht waar hij of zij werkt. Daarvoor zouden er campagneteams gevormd moeten worden op verschillende thema’s. De plaatselijke afdelingen en netwerken zouden daar ook een belangrijke rol in moeten spelen. Met 1500 leden kan je nu een netwerk oprichten. Dan krijg je een afgevaardigde met spreekrecht in het ledenparlement en kan je een budget voor activiteiten krijgen.

‘De bond zou ook veel zichtbaarder moeten zijn dan nu. Nu zitten we vaak in kantoorpanden weggestopt op industrieterreinen. Er wordt nu gewerkt aan vakbondshuizen in verschillende steden. Wat mij betreft worden dat echte ontmoetingscentra, midden in de stad met een bar. Centra waar iedereen binnen kan lopen, waar ideeën ontwikkeld en gelanceerd kunnen worden  en waar allerlei (actie)vergaderingen en debatten gehouden worden. Echte clubhuizen van de vakbond.’

Rendementsdenken
‘De studentenacties (in 2015) hebben het begrip rendementsdenken op de kaart gezet. Dat geldt voor de universiteiten, maar net zo goed elders in de maatschappij: in de zorg, in de sociale woningbouw en in de hele publieke dienstverlening. Het is dan ook heel goed dat de FNV duidelijk stelling heeft genomen voor de acties en steun heeft uitgesproken aan de bezetting van het maagdenhuis en dat Ton Heerts (FNV voorzitter in 2015) daar naar toe is gegaan om solidariteit te betuigen. De eis van de studenten voor democratisering van de universiteit zou ook breder vertaald kunnen worden. De vakbeweging zou actief moeten gaan pleiten voor democratisering van bedrijven, bijvoorbeeld door gekozen leden van een Raad van Bestuur.’

Democratisering
‘Met de instelling van een gekozen ledenparlement is er een belangrijke stap gezet in de democratisering van de bond.  Voor bestuursleden was dat best wel wennen. Een organisatie als de FNV is natuurlijk een soort mammoettanker, die verleg je niet zomaar van koers. Het ledenparlement is nu ook bevoegd om bestuursleden te kiezen of te ontslaan en kan daarmee ook richting geven aan de koers van de bond.’

Ledenparlement FNV Den Haag‘In zekere zin hebben we nu dus een democratisering van bovenaf, met een gekozen voorzitter en een gekozen ledenparlement. Daarnaast heb je aan de basis plaatselijke netwerken, maar de organisatie daar tussen in, het hele apparaat, moet nog veranderen. Dat is een hele klus.’

‘Voor het ledenparlement is het natuurlijk van belang dat het niet los komt te staan van haar achterban, dat het een vertegenwoordiging en afspiegeling van de leden blijft. Tot nu toe is dat volgens mij goed gelukt. Je zag dat bijvoorbeeld bij het sociaal akkoord. Daar is in het ledenparlement een goede discussie over geweest en uiteindelijk heeft 80% van het parlement er voor gestemd. Later bleek uit onderzoek dat van de FNV leden ook ongeveer 80% voor en 20% tegen het sociaal akkoord was. Je zag het ook bij de besluitvorming over de fusie. Daar waren allerlei problemen mee, maar uiteindelijk is die er gekomen en het blijkt dat 97% van het ledenparlement daar achter staat.

‘Het proces van democratisering van de bond zal door moeten gaan. In de hele bond zal het de stem van de leden moeten worden die bepalend is. En dat kan natuurlijk alleen als de leden actief, geïnformeerd en betrokken zijn.